Deze blog geeft leesplezier, … via de Burgemeester s’Jacoblaan.

Behalve Lewis Carrol en de man die de Burgemeester s’Jacoblaan de mooiste laan van Nederland vond, heb ik nooit een wonderbaarlijkere kerel ontmoet dan Jan van Gangelen.

Kijk wat vaker over de schutting van je eigen wereld en je zal verwonderd zijn met een nieuw uitzicht, meer bijzonder dan je ooit gedroomd hebt.

Mijn dagboek

Het Nieuwe Jaar 2023 Afscheid genomen van het oude jaar. Dat jaar voelde koud aan. Maar tijden veranderen. ‘Want je weet wat je kwijtraakt, maar niet wat je vindt! Lees verder op pagina 2 mijn dagboek.

Columns

Verhalende stukjes proza waarover ik mijmer. Cursiefjes over wat mijn ogen waarnemen en die uitgediept worden.  En met een beetje humor wordt dit verlicht.

Oh Canada.

Ontstaan uit emigranten uit de gehele wereld. Die hun dromen waar willen make in vrijheiden en ruimte. Een land waar ik mijn hart aan heb verpand.

Druk boven, bij menu op Dagboek om daar verder te gaan.

Druk boven, bij menu op Columns om daar verder te gaan.

Druk boven, bij menu op Canada om daar verder te gaan.

__________________________________________________________________

“““““““““““““““““““““““““““““““““““

Achter deze berg van uitzichten ligt een nieuwe horizon van indrukken om je te verwonderen.

“““““““““““““““““““““““““““““““““““““

Want elke beweging van slechts een vingertopje, is een verandering van de bestaande situatie in mijn wereld.

““““““““““““““““““““““““““““““““““““

Keko en de Latrelatie

Een kort toneelstukje in één scène

Personages:

  • Cecile – energiek, praktisch, licht sarcastisch
  • Roy – leraar, lichtelijk cynisch, droogkomisch
  • Keko – papegaai met diva-allures

Setting:
Een klein, gezellig appartement. Keuken links, woonkamer rechts. Balkondeur open. Een romantisch muziekje speelt op de achtergrond.


(Cecile staat in de keuken, roert in een pan spaghetti. Roy komt binnengelopen, jas nog half aan.)

Cecile
Hoe was jouw dag?

Roy
(Mompelend, jas gooiend op de bank)
Gaat wel.

(Plots krijst Keko als een sirene op een kermis. Roy deinst achteruit.)

Roy
Wat in hemelsnaam— Kun je die lawaaiige verenbos niet op mute zetten? Heeft dat ding ook een naam?

(Keko begint te dansen op haar stokje, van poot naar poot.)

Cecile
(uit de keuken, nonchalant)
Ze heet Keko. En het is een dame. Wees een heer, Roy. En laat haar niet ontsnappen—de balkondeur staat open!

(Roy steekt zijn vinger tussen de tralies. Keko blaast haar nekveren op als een opgepompte pauw. Roy kriebelt haar voorzichtig.)

Roy
Ik had een botsing. Oude stationwagen. Klein deukje. Maar nu moet mijn verzekering haar hele auto opnieuw spuiten. Lichtblauw. Vast een therapeut met een zen-complex.

Cecile
(giechelt)
Misschien was het gewoon geel. Jouw moeder was tenslotte kleurenblind.

(Keko kijkt Roy scheef aan.)

Keko
Hallo. Hallo.

Roy
Kon je geen papegaai kopen die iets zinnigs zegt?

Cecile
Geef haar water. En zeg “dorst”, dan snapt ze het.

Roy
(trekt een wenkbrauw op)
Dorst. Dorst. Zeg dan: dorst!

Keko
Hallo. Hallo.

Roy
Nee! Dorst. Dórst.

Keko
Kopiekrauw. Kopiekrauw.

(Roy zucht, gooit een flinke scheut cognac in een glas. Kleine scheut in Keko’s bakje. Sluit haar kooitje half.)

(Keko springt op zijn vinger. Zodra ze buiten is: PETS. Een kwak vogelpoep landt met precisie op de vloer.)

Cecile
(zonder om te kijken)
Emmer. Keukenkastje. Allesreiniger. Nu.

(Roy zucht diep. Zet Keko op haar kooi. Loopt richting keuken.)

(Plots vliegt Keko op, een rood fladderend projectiel. Cecile draait zich om, smijt de balkondeur dicht met haar voet, en vangt Keko perfect in twee handen.)

Cecile
(grijnzend)
Welkom in het weekend.

““““““““““““““““““““““““““““““““““`

K GEEF AAN ALLEN VAN GOOGLE, WORDPRESS.COM, FACEBOOK, APPLE EN   MAC, GEEN TOESTEMMING OM IETS VAN MIJ, DAT IK OP HUN SITE HEB GEZET, TE DELEN. FOTO’S, HUIDIGE OF VROEGERE BERICHTEN, TELEFOONNUMMERS OF E-MAILS… NIETS MAG GEBRUIKT WORDEN ZONDER MIJN SCHRIFTELIJKE OF MONDELINGE TOESTEMMING.

“““`~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

BLUE MONDAY

Vandaag was blue monday ook voor het muisje dat ik heb gevangen in onze proviand kast onder de trap. In een groen buisje met ventilatie gaatjes heb ik hem gevangen.

Al een paar keer eerder was wel het stukje brood dat in de val lag verdwenen, maar de val sloeg steeds niet dicht. Slim muisje.

 Maar nu had ik hem. Eerst zag ik kleine zwarte muizenkeutels omheen liggen. Misschien had hij eerst getreuzeld, en er niet in durfde te gaan. Van de zenuwen eerst maar wat muizenkeutels buiten het valletjes achter te laten.

Uiteindelijk op een morgen zag ik iets donkers in het groene buisje. Toen ik het buisje optilde keken zijn bolle oogjes met een klein wit licht puntje mij onderzoekend aan. Hij was gepakt.

Inmiddels heb ik nu vijf van die muisjes gevangen. Een familie zeker. Allemaal in het bos in de buurt los gelaten. Daar wilde hij er eerst niet uit. Bleef lang verscholen achterin het valletje. Door het schuin te houden, gleed het grijze muisje naar buiten en zette het op een lopen. Meet een hele grote sprongen over de bladeren rende hij vliegensvlug naar een grote boom waar hij zich in een holletje verstopte.

Zijn nieuw onderkomen. Ik had hem verhuisd vanaf mijn donkere kelder die in verbinding stond met kruipruimte onder de vloer naar het vrije open bos waar alleen de struiken en bomen hem bescherming bood. Het moet maar.

Daar had ik de andere vier ook losgelaten. Zijn hele familie dus. Die vind hij daar vast wel terug. Als ze niet eerder door een uil of andere roofvogel zijn opgegeten. Mocht ik daar weer eens langs komen, zal ik rond die boom eens rond koekeloeren. Of dat die roofvogel daar op de uitkijk staat als ik weer zijn zusje of broertje daar vrijlaat. Muizen kunnen dus ook last hebben van Blue Monday.

==================================================================

Ik ben de haren op het hoofd van Alice

Ja, je leest het goed. Ik ben niet zomaar een haar, ik ben haar haar, met een eigen willetje en een leven van mijn eigen. En geloof me, ik heb nogal wat te vertellen.

Toen Alice nog een kind was, ik was toen ook nog jong en wild. (ja, zelf haren kunnen wild zijn), groeide ik sneller dan haar eigen hoofd. En weet je, het was niet gemakkelijk. Haar moeder zat voortdurend met haar borstel in de weer, kamde me, trok me hier en daar, en voor je het wist, had ze mij in een vlecht gedraaid. En geloof me, dat was de ergste! Ik voelde me altijd alsof ik vastgeklemd zat ineen soort haarballet. Maar ik was een geduldige haar, ik moest het maar over me heen laten komen, want Alice was nog kleinen wist niet beter.

Toen ik langer werd (en ja, we haren groeien nu eenmaal snel), veranderde het ritme. De vlecht werd langer, dikker en ach, toen ik een beetje volwassen werd, kreeg ik zelfs die fameuze lange vlecht. Weet je wat dat betekent? Nog meer trekken, nog meer kammen. Pff, vreselijk.! Maar je moet het maar met me doen als haar, ik ben tenslotte geen mens.

En toen… kwam de vrijheid. Ja, je leest het goed. Alice besloot op een dag dat het tijd was om me vrij te laten. Geen vlechten meer, geen elastiekjes, niks! Mijn haren konden gewoon lekker in de wind waaien. En wat ben ik blij. Alice misschien ook, maar ik had eindelijk mijn vrijheid terug.

Als Alice op haarfiets fietst, speel ik lekker met haar tegenwind. Heerlijk. Oh ja, als Alice in een groep vooroverbuigt, ben ik die haar die over haar gezicht hang. Ik kom tot ver voorbij haar schouders en ik weet dat iedereen daar jaloers op is. We hebben samen een soort teamwerk, jij hebt de hersenen, ik heb de looks. Dat is onze deal.

Maar dan… de kapper. Ja jemig. Dat is altijd zo’n spannend moment. Als ze een stuk afknipt, voel ik me echt klem. Die ‘dode eindjes’ moet je dan maar accepteren, maar af en toe is het echt te veel. Maar hey, als ze er wat leuke krullen of golven in doet, hoor ik iedereen zeggen ‘Oh, wat ziet het er leuk uit!’ Nou, leuk voor hun, ik ben gewoon blij als ik weer een beetje lengte gevoel krijg.

Laatst was het wel heel erg. We waren op vakantie op een camping en geloof me, het was daar vies. Ze liet me dagenlang met vuil haar rondlopen, dus ik dacht: Dat is genoeg! En voor straf besloot ik me helemaal in de knoop te werken. Ja, ik was een beetje boos. Wat wil je, ik ben ook haar met gevoelens!

Maar goed, meestal hebben we good vibes. Alice is trots op me, ik ben trots op haar, en dat maakt alles goed. We hebben een soort haartussenband. Zij zorgt voor me, ik zorg voor haar. En als ik een beetje losga in de wind of even een mooi moment pak, dan weet ik: ik ben de ster van de show. En ik ben blij dat ik het haar ben die Alice altijd zo mooi maakt.

Dus Alice, wanneer je dit leest, weet dan dat ik van je hou, maar af en toe mag je me wel eens even iets minder vastzetten, oké? Jij en ik, we gaan samen door het leven.

Jouw liefhebbende haren, IK.

_______________________________________________________

_______________________________________________________________________________________

BLIND VAREN

Als je echt oud wordt, krimpt de tijd die je nog hebt in de toekomst. Maar de tijd in het verleden hoopt zich op, de bergen die je ooit hebt bedwongen rijzen hoger achter je.

Hij tilt nauwelijks zijn benen op maar schuifelt. Als hij op een scheve trottoirtegel stapt, heeft hij moeite om zijn evenwicht te bewaren terwijl ik hem ondersteun zodat hij niet valt. Hij is oud en blind, mijn wandelmaatje.

Sinds zijn vrouw enige jaren geleden is overleden komt hij de deur nauwelijks uit. Ik wandel met hem zodat hij in beweging blijft. Ik kies de route, hij het gespreksonderwerp. Hij praat graag over vroeger, toen hij vol energie zat. Dan vertelt hij mij zijn mooiste verhalen.

Over dIe brommer van zijn vader. Was het een Mobylette , z’n dames brommertje? Nee, nu weet ik het weer, het was een NSU, zo’n dikke fiets brommer met een groot benzine tank onder het stuur.

‘Met veel plezier reed ik ermee door de straten, achterop bij mijn vader. Soms voorop, waarop hij achter op zat. En met zijn lange handen toch bij het stuur kon. Het gevoel dat we samen stuurden.

.Dat was veel beter dan de tandem waar ik achterop moest zitten en maar trappen!

Hij had indertijd een boot. Later erfde ik die boot. In het weekend gingen wij er naartoe met mijn vrouw die ook blind was. Die boot heette Hades, de god van de onderwereld en de rijkdom. In dat bootje voelde ik mij rijk als een menselijke god, blind of niet.’

Ik tastte in het duister hoe hij dit flikte: blind varen.

‘Hoe deed je dat?’ Vroeg ik hem, aangezien zij beiden blind waren vanaf hun geboorte.

We zaten op een bankje, er verscheen een glimlach op zijn gezicht. Volgens mij beleefde hij die uitjes even opnieuw ‘En als er niemand was om je helpen met varen?’

‘Dan bracht de taxi ons naar onze boot en bleven we er gezellig in zitten. Dat boot die altijd schommelde is allang verkocht.

Ja, ook in je gedachten kan je nog van je boot genieten. Als we later uitrusten met een kop koffie, beloof ik hem om in de zomer met hem het water op te gaan. Dan heb ik nog een zeilmaatje om mee te varen. 

Jan v G.

Gedicht

             Puffend trapt ze door,

haar handen trillen op

het fietsstuur. Doorgaan

wil ze, zeker.

_

            Op het drukke kruispunt

            eerst even afstappen. Leunend

            naar links voelt haar voeten

            geen grond meer. Haar evenwicht

            is zoekende.

            Haar ogen ziet de straat

            kantelen.

_

         Behulpzame mensen rapen

                                    haar op en 112

komt er aan.

                                     Nu knarst het wieltje

                                     van de rollator

                                     synchroon bij

                                     elke trage stap.

_

Doorgaan heeft ze

                                     altijd gewild.

                                     Maar nu

op de hoek van dezelfde straat

                                     blijft ze twijfelend staan.

                                     Het verkeersgebrom

                                     vult opnieuw haar oren.

                                     Wervelwinden waaien

                                     haar broekspijpen

                                     strak langs haar benen.

                                     Haar ogen zwaaien

                                     van links naar rechts.

                                     Dan draait zij zich om

                                     Voorovergebogen schuifelt

                                     ze terug naar huis 

                                     op de trage maat

                                     van het piepende wieltje.

Zij buigt haar hoofd.

Zachtjes hoor ik haar

met een diepe zucht

zegen,

                                   ” doorgaan hoeft niet meer,

                                    het is genoeg zo”

_

===================================================================

Emigratie naar Canada

Een stadsjongen die zijn stekkie verplaatste naar het grote buitengebied.

Opgegroeid ben ik in Amsterdam, na de oorlog. Waar de wederopbouw van Nederland maar langzaam en moeizaam verliep. Maar als kind was mijn Amsterdam-Oud-West achter het Hoofddorpplein mijn hele wereld. Daar maakte ik op mijn geleende autoped een rondje om ons huizenblok, waar slechts één auto geparkeerd stond. Het was er altijd druk met spelende kinderen die tikkertje speelden of verstoppertje.

Onze buurman was taxi-chauffeur. Soms op woensdagmiddag als we vrij van school waren, zagen we hem vertrekken met zijn oude auto naar zijn standplaats op het Hoofddorpplein, twee straten verderop. En als hij in een goede bui was, mocht ik meerijden voor een kort ritje er naar toe. Even vijf minuten rijden in een taxi. Dat was feest.

In de winter zag je steevast bevroren bloemen op de ramen en alleen de kolenkachel in de woonkamer kon de kou verdrijven.

Mijn twee grote zussen leerden me schaatsen op houten schaatsen onder mijn laarsjes, in de slootjes tussen de afgesloten tuinderijen aan het einde van onze straat. Daar, achter de Westlandgracht, hadden kleine boertjes hun tuinderijen. In die tijd zat ik soms achter op de fiets van mijn vader waar ik me veilig voelde. Als we vlak langs het water reden van de Schinkel kade. En ik er gefascineerd er naar staarde. Hoe het water klotsend omhoog spatte tegen de kademuren wanneer er een grote boot voorbijvoer.  Waar de huizen enorm hoog leken, wel drie verdiepingen. Dat was mijn stadse wereld en ik zag dat het goed was.

In de wereld van de volwassenen werd hard gewerkt aan de wederopbouw van Nederland van na de tweede oorlog. Dat ging moeizaam met financiële tekorten en hoge werkeloosheid. Uit angst voor overbevolking in die jaren vijftig, ontstond een Emigratiegolf van Nederlanders die naar het buitenland verhuisde.

Evenals velen anderen verhuisden wij naar Canada. Daar lag een nieuwe, grotere toekomst waar mijn ouders naar verlangden. Waar grote verwachtingen werden geschept met betere economische perspectieven.

Grote emigratie kist. Daarin werd ons meubilair in vervoerd op de boot naar Canada.

Mijn vader werd verleid door alle mooie beloften van Canada waar melk en honing in overvloed waren. Dus daar gingen we. Ik als Amsterdams stadsjochie met mijn ouders, twee broers en twee zussen. Aan het einde van de winter in 1957. We voltooiden de overtocht overzee met het schip genaamd de “Zuiderkruis.”

Het was één groot avontuur en ik genoot er met volle teugen van. Op de boot kon je heerlijk rondstruinen, op het voor- en achterdek, op de boven – en beneden dekken. Er werden spelletjes georganiseerd en sommige mensen voerden amateur-toneelstukjes op. En er was een heus winkeltje waar je met speciaal ontvangen bootgeld moest betalen. Voor het eerst kreeg ik zakgeld, bootgeld dan. Waarmee ik dan iets voor mezelf kon kopen.

Voor mij was het een vakantiereis die tien dagen duurde vanaf Rotterdam naar Quebec. Omdat er nog veel ijs lag in de riviermonding van de Saint Lawrence rivier, moesten we uitwijken naar de haven van Halifax. Het was begin april en een koud en winderig nieuw land verwelkomde ons. We namen de trein naar Toronto, waar mijn moeder mij later vertelde dat die van binnen vies was met plakkerige zitbanken.  Als kind had ik daar geen erg in.

In Toronto verwelkomde een Canadees zonnetje ons. Een christelijk ouderpaar opende hun huis voor ons. De gemeenschap van de kerk hielp nieuwkomers. Op straat ging ik op zoek naar Canadese speelmaatjes, zoals ik geleerd had. ‘May I play with you?’ Mijn eerste zin in het Engels. Ik veranderde mijn naam van Jan naar John. Ik voelde me tegelijk al Canadees, zoals ik dat wilde. Daar vierde ik mijn negende verjaardag met dat mooie rode autootje, wat jarenlang mijn welkoms cadeau was.

Het was die lente en de lange zomers er achteraan die mijn hartje verwelkomde. Ik begon te leren wat dit buitengebied betekende. Ik veranderde van een kaaskop tot een actieve onderzoekende Canadees jongetje.

Een maand later verhuisden we naar de buitenwijk van Grimsby, een klein stadje buiten Toronto. Het was een uitgestrekt fruitteelt gebied, grenzend aan het Ontario meer. En een tien kilometer verderop gelegen ruig beboste helling. Dit buitengebied werd mijn nieuwe omgeving. Met brede straten en wegen. Met weidse huizen met glooiende tuinen met kort gras aan de voor- en achterkant. Met uitgestrekte landerijen, verlaten boeren schuren en tuinderijen voor de fruitteelt. Met kleine stroompjes waar ik heerlijk in speelden. Die in het voorjaar met smeltende sneeuw, vanuit de hogere hellingen, gorgelend naar beneden stortte . Dan kolkte het razende water wonderlijk tussen de natte stenen.

Een omgeving waar een jonge stadsjongen als ik, avontuurlijk kon rondzwerven en mooie tochten maakte. Elke vrije zaterdag van school. Met mijn twee broers en een vriendje uit de straat. En natuurlijk onze nieuwe herdershond Kazan, die altijd spelenderwijs blaffend meeging. Door de boomgaarden, waar je snoepte van de zoete kersen en de sappigste perziken als het pluk seizoen daar begon.

Links mijn grote broer, Theo, de durfal. Zijn nieuwe naam werd Ted, echt Canadees. In het midden mijn jongere broer Alexander die zich later Sander liet noemen. En rechts, de verlegen ik die daar in dat ruige land zich ontpopte tot een onderzoekende jongetje John.

Omhoog trokken we, naar de beboste hellingen. Eenmaal boven kon je genieten van de panorama achtige vergezichten. Met al die huisjes, die kronkelige wegen en het grote Ontario meer op de achtergrond. Mijn jeugd daar in Canada was een klein beetje mijn hemel op aarde.

Canada! Oh Canada!

Dit is het verhaal over Canada waar ik gewoond heb. Over de Canadese mensen die daar wonen. Mijn kijk op Canada.

 Groot 9.985.000 km². Lengte 5514 km.

Ik leerde er hun gewoonten, hun bravoure kijk op dingen en hun mentaliteit. Daar bracht ik s’ochtends de krant rond “The Globe ad Mail” op mijn nieuwe fiets. Ik begon me als Canadees jochie te gedragen. Mijn prettige jeugd heb ik daar doorgebracht.

Jaren later kreeg mijn vader heimwee en zijn mijn ouders, ik en nog een jongere broer teruggegaan naar Amsterdam. Mijn oudere broer Ted en twee zusters bleven achter in Canada. Zij werden Canadees en kregen kinderen en kleinkinderen. Daar bestaat Canada uit. Al die geremigreerde die ooit die vol verlangen daarnaartoe verhuisde. Daar hardwerkend, een nieuwe toekomst opbouwden voor hunzelf en hun nageslacht. Dat zijn de Canadezen van nu.

Grimsby Ontario vanaf de mountain. Op de achtergrond, Lake Ontario

Grimsby Ontario vanaf de mountain. Op de achtergrond, Lake Ontario

Maar als het harde werk zwaar wordt, nieuwe plannen niet uitvoerbaar zijn en tegenzit, verdwijnt het verlangen naar iets groters als sneeuw voor de zon. Dan trekt de heimwee naar oude vertrouwde plaatsen van vroeger waar je vandaan kwam. Terug naar Amsterdam in 1962. 

Maar mijn liefde voor Canada heb ik altijd in mijn hart meegedragen. Ook nu, ga ik ga er vaak heen. Dan bezoek ik mijn broer en zusters, hun Canadese echtgenoten, hun kinderen en kleinkinderen.

Dit land Canada heeft mij opgevoed. Toen keek ik door een kinderlijke bril naar mijn wereld dat in Canada lag. Nu ik ouder ben, vanuit een afstand hier in Nederland, heb ik een meer volwassen kijk hierop. Hun kenmerken en hun eigen gewoonten. Hun cultuur. Hoe zijn ze gevormd door hun geschiedenis? Die mensen, wat vinden zij belangrijk? Waarom zij anders zijn dan hun zuidelijke buren in de Verenigde Staten? Vanuit mijn visie, kijk in hier naar die mensen.

Lees de volgende keer verder, hoe ik Canada ervaar.

Een stukje van de lange natuurmooie

Bruce Trail langs Grimsby.

===================================================================

Gedicht

De muze roept, ‘kom maar

Je kijkt naar een leeg doek

op je schildersezel.

Met je penseel in de hand

die blijft hangen.

De kleuren verf uitgestald,

met het licht boven je

dat geen schaduw vooruit werpt.

De muziek in je atelier is gedempt.

De panelen om je heen

kijken je aan

en vragen waar je blijft.

Je hoort een warme stem.

Het is de muze die fluistert

in je oor,

kom maar.

=================================================================

Inspanning voorbij de afgebakende grenzen

Vanachter de lerarentafel kijk ik de klas rond waar veertien leerlingen hun examentoets moeten inhalen. Heel stil kwamen ze dit lokaal 2.11 binnen. Het luidruchtige geklets wat ik gewend was, ontbrak. De druktemakers van weleer die joviaal en zwierend gewoonlijk de klas binnen komen waren nu bedeesd. Onder het lopen deden ze al hun mondkapje af. De ruimte tussen de tafels door waar ze doorheen liepen was al een afbakening van hun persoonlijke vrije corona zone. Zwijgend en gespannen, bijna gehaast liepen zij naar hun plaats. Een herkansing van een schoolexamentoets na een eerdere onvoldoende vraagt veel van ze. Onbewogen begonnen zij hun opgave te lezen terwijl ik tevreden achterover in mijn stoel. leunde.

Gespannen voorovergebogen lezen zij hun opgaven met volle concentratie. Sommigen met hun pen tegen hun kin aan. Zo nu en dan het ritselen van het omslaan van hun bladpapier. Het is hun ernst; de laatste toets voor de kerstvakantie om te slagen. Een inhaaltoets, deze mogen ze niet verknallen als ze bij de eerste een onvoldoende hadden gehaald.

Vorige week werd ik gebeld door het uitzendbureau, of ik surveillant wilde zijn bij een middelbare schoolcollege hier in de buurt. Altijd goed om die jongeren van tegenwoordig weer te zien, ook al ken ik ze niet. Als oud praktijkdocent installatietechniek blijf ik proberen hen te begrijpen, vooral in deze periode van lockdown

Nog steeds zoeken ze hun grenzen op om die te overschrijden. Een leerling steekt haar vinger op en als ik naast haar sta, vertelt zij zachtjes dat zij de verkeerde toets heeft. Zij wil dezelfde toets die de klas al eerder heeft gemaakt. Toen was ze verhinderd. Nadat ik uitlegde dat bij een herhaling, een nieuwe opgave moet worden gemaakt, ontwaar ik een minachtende grijns.

Verderop zie ik een iPhone naast de opgave van een andere leerling. Dat is tegen de regels. Ik vraag hem deze in het in het opbergbakje naast de deur te leggen. Zoals hij dit hoort te doen bij binnenkomst.

Hij protesteert. Het kan toch ook neergelegd worden op het lege tafeltje naast hem? Na een hoofdschuddende nee van mijn kant komt hij met een moeizame zucht overeind. Om zijn IPhone alsnog in het bakje te leggen.

Je schoolkennis en leerervaring laten zien op een examen, kan een samengebalde spanning opleveren. Onder druk prestatie leveren is een lakmoesproef voor verdere ontwikkeling. Je hele leven blijf je leren en presteren, ook als je ouder wordt. Voldoening levert dit

Het anders willen doen dat hoort bij de jongeren. Over gevestigde grenzen willen gaan. Voorbij de autoritaire paden van de gevestigde orde.

Daar zijn ze mee bezig. Maar het mag geen wanorde veroorzaakt, geen misleiding van de goede bedoeling. Verandering met het doel om te verbeteren. Een noodzaak. In onze steeds schuivende cultuur. In de wetenschap, in de politiek. De jongeren van de toekomst hebben de potentie in zich om dat in werking te zetten.

20 december 2021

******************************************************************************************************************************************************************************************************************************

Het verlangen Zuchten naar opnieuw die belevenis

Warme herinneringen najagen zijn van alle tijden. Datgene wat een prettig gevoel geeft, wil je opnieuw beleven, het najagen van geluk. Ten koste van alles; haar hele bezit.  Dat deed ook Johanna Sara Bicker-Pels in 1750 en haar verlangen kan men nog steeds bewonderen. Haar schepping van Klein Zwitserland.

Indertijd begrepen de buren van de weduwe in de buitenplaats’s-Graveland er niets van. De bodemloze vlakte van weide en hei, ver achter haar landhuis liet ze afgegraven.  Op zich was dat begrijpelijk voor haar buren. Dat deden alle nieuwe landgoedeigenaren nadat zij grote stukken grond hadden aangekocht. Om de leningen van hun aankoop af te betalen, lieten zij de zanderige grond grootscheeps afgraven en voor bakken met geld verkopen. Per trekschuit werd de grond afgevoerd.

Naar die gretige Amsterdammers met hun honger naar bouwwoede om de stad uit te breiden met het dempen van stadswateren. Zodoende leverde de ’s-Gravenlandse grond veel geld op. Om terug te keren met het stadsvuil, organisch afval, meststof om arme grond te verrijken.

Maar deze vrouw wilde haar afgegraven grond geheel niet verkopen tegen welk bedrag dan ook. Goed geld verdienen aan de zandgrond was niet in haar belang. Het verlangen om een stukje Zwitserland in haar achtertuin te hebben, dat wilde ze graag.

In 1770 begon de tuinarchitect Zocher daar een park aan te leggen.  Heuveltjes werden opgehoogd, hoger en hoger in het omringde vlakke landschap. Met een slingerbeek en kronkelende paden met aan weerszijden heuvels vol bomen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is jkl-zwit1.png

Het werd een romantische landschapstuin met kleine bergjes en stukjes vallei.  Met een rechte laan met aan weerszijden beuken en statige eiken die naar haar statige landhuis Schaep en Burgh leidt. Klein Zwitserland bezitten leverde haar een warm gevoel op. Een prettige ervaring om door haar park te lopen, alsof zij opnieuw in Zwitserland was.

Nu is het een stukje bos om heerlijk in te hardlopen. Daar komt mijn verlangen omhoog. Meerder keren per week. Door klein Zwitserland, maar ook door het aangrenzende Spanderswoud. Dan hup, mijn hardloopbroek aan, windjack en snelle hardloopschoenen. Lopen maar. Het liefst in een stevige tempo. Het ene been voor de ander naar voren zwaaiend. Naar voren bewegen met een verfrissende wind in mijn gezicht. Hardlopen twee of drie keer per week. Als trainer met mijn groep naar het bos of hei.

Vanmorgen zijn we in Bantam in ‘s -Graveland begonnen op weg naar dat romantische bos Klein Zwitserland. De stilte van het bos, alleen het ritselen van bladeren door onze voetstappen is hoorbaar. Omhoogkijkend naar de oude bomen met hun dikke stammen vol herfst kleuren. Met een bewolkte lucht waarvan de wind koel langs mijn warme wangen waait.  De ene voet voor de ander in een ritmische pas. Daar liepen we vanmorgen, veertien in aantal. We hadden ons stabiele loopritme goed te pakken.  

Op de terugweg begon het te regenen. Sneller en natter passeerden wij twee wandelaars onder hun paraplu. Opkijkend naar ons riepen ze ‘diehards’ naar ons toe. Ja, dat waren wij, een mooi compliment dat we kregen. Na afloop gingen we tevreden naar huis.

Hardlopen is voor mij het verlangen om prettige gevoelens te hebben. Dit verlangen was voor mij vandaag opnieuw bevredigd.

18 december 2021


 Alice in Corona land

27 okt. 2020

Dag Alice, leuk dat je hier bent.

‘Leuk, Leuk. Ik weet niet of ik hier wil zijn.’

Je bent hier nu.

‘Wil hier weg!

Nu je net hier bent, wil je al weer weg?

‘Misschien wil ik wel weg uit deze gekke teksten.’

Waar wil je dan naar toe?

‘Niet hier bij jou mafkees,’ merkte Alice op.’

Oh, om hier te zijn, daar kan jij niets aan doen.

We zijn allemaal mafkezen hier in dit Corona land.

Ik ben een mafkees. Jij bent een mafkees.

Alice is een mafkees.

‘Hoe weet je dat ik mafkees ben?’ zei Alice.

Je moet je wel mafkees zijn hier, zei hij, ‘anders was je hier niet gekomen.


‘Kan je mij dan vertellen welke kant ik op moet om hier weg te komen?’

Dat hangt er sterk van af waar je heen wil.

‘Het kan me niet schelen als ik maar hier uit dit Corona land kom.’

Dan maakt het toch ook niet uit welke kant je op gaat?

Ga maar gewoon recht door. Dat kom je gewoon verder.

‘Zal ik doen. Dag.’

Lewis Carroll,     Alice in Corona land

____________________________________________________________________________

GEDICHTEN

Bed

’s Avonds als ik moe mijn bed bewoon, de dag vol onheil is geweken,
dan ruikt mijn bed naar anemoon
met lakens, zeepzacht gestreken.

En als mijn liefde bevestigd wordt            diep in mijn geliefde, in al haar roze kleuren,
dan worden zoete woorden uitgestort
voor haar en al haar diepe geuren

Eens was ik een kind dat krijsend wakker schoot, een heks die mij weeïg wilde koken. En vluchtend naar mijn moeder kroop. Bescherming zocht tegen al mijn spoken.

Haar kloppend hart, dicht tegen mij aan,
haar armen warm om mij geslagen.
Mijn mama’s geur, ik was voldaan,
ik ruik mijn droom nu alle dagen.


Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is image-7.png

Mijn wintertuin

De tuin is mijn tuin geworden 

ingetogen, alleen leven binnenin.

Roerloos net een stekelige egel

verstopt in zichzelf.

Ik adem een grijze sluier uit,

een zilveren wolk in de ochtendzon.

Mijn roestige rust kleurt de struiken

flets groen deze winter.

Mijn kiemende bollen zwellen op.

Een beloften als beloning.

Jan van Gangelen

Gepubliceerd in de krant Gooi en Eemlander een tijdje geleden.

===================================================================

LET OP

IK GEEF AAN ALLEN VAN GOOGLE, WORDPRESS.COM, FACEBOOK, APPLE EN   MAC, GEEN TOESTEMMING OM IETS VAN MIJ, DAT IK OP HUN SITE HEB GEZET, TE DELEN. FOTO’S, HUIDIGE OF VROEGERE BERICHTEN, TELEFOONNUMMERS OF E-MAILS… NIETS MAG GEBRUIKT WORDEN ZONDER MIJN SCHRIFTELIJKE OF MONDELINGE TOESTEMMING.

Gepubliceerd door Jan van Gangelen

http://jangangelen307178896.wordpress.com/

5 gedachten over “Deze blog geeft leesplezier, … via de Burgemeester s’Jacoblaan.

Geef een reactie op J. Schroevers Reactie annuleren